Week tegen pesten

Week tegen pesten

Het is de Vlaamse week tegen pesten. En dat trekt elk jaar een oude wonde open. Elk jaar kijk ik blij op dat er actie ondernomen wordt om het pesten de wereld uit te helpen. Maar elk jaar opnieuw besef ik dat dit probleem nog lang niet de wereld uit is, dat een enorme massa het probleem nog steeds niet ziet, dat pesten niet alleen voorkomt in schoolse omgevingen, dat er ook gepest wordt op een groter niveau waarin hele bevolkingsgroepen gepest worden, dat mensen nog steeds een verkeerd beeld hebben op de impact,….

 

Je wordt er sterk van, je leert omgaan met tegenslagen, …. Dat heb ik veel gehoord. En ja, ik ben er enigszins sterk uit gekomen maar ook weer zeer kwetsbaar. Ik moest er niet sterk uitkomen want dat was ik, ik was sterk, ik had mijn mening, ik was wie ik was en niet wie ze wilden dat ik was.

 

Ik was 13 jaar en elke dag op school was een uitdaging. Het begon toen ik de bus uitstapte en eindigde pas toen ik weer huiswaarts keerde. De uren daartussen was ik steeds op mijn hoede, was ik geen seconde op mijn gemak. In de klas werd ik geviseerd, de speeltijden waren een hel. Ik werd zowel fysiek als mentaal aangevallen. En neem de term aanvallen maar letterlijk. Ik werd behandeld als vuil, ik was niets, minder dan niets. Ik stelde niets voor, ik bestond niet. En als ik dat begon te geloven dan maakten ze me fysiek duidelijk dat ik wel bestond. De fysieke pijnen maakten duidelijk dat ik er wel was.

In de les kreeg ik een passerpunt in mijn bil geplant, op de speelplaats kreeg ik quasi elke keer ‘de kring’ aangesmeerd. De kring…. een stom woord maar voor mij een pure marteling. Tientallen knieën stootten tegen mijn benen tot ik erbij neerviel. Ik werd ook met beide benen rond de basketbalpaal getrokken, de fysieke pesterijen waren groot. En de leerkrachten zagen het van ver gebeuren maar grepen amper in.

Zelfs naar het toilet gaan kon ik niet op mijn gemak. Ik wachtte het goede moment af en keek verschrikt op als ik de deur van het toilet open hoorde zwaaien.

 

De psychologische pesterijen waren nog moeilijker. Ik werd elke seconde herinnerd aan de kwelling, ik werd geviseerd, ik kon niet op mijn gemak zijn, ik had moeite met me te concentreren, ik kreeg het gevoel dat het allemaal mijn schuld was, dat ik dit verdiende. Ik werd bestempeld als een nietsnut, mijn aanwezigheid was er te veel aan,…

Ook mijn materiaal was niet veilig. Mijn boekentas werd meermaals leeggegoten over de speelplaats, inkt werd uitgegoten over mijn spullen,…

En ik, ik slikte dat alles. Ik sprak er met niemand over. Ik was het probleem zelf, wie zou me daarmee kunnen helpen? Niemand, of dat dacht ik toch, zo voelde het aan.

Gelukkig voor mij kwam er plots een broeder zich moeien. Geïnformeerd door mijn ouders die de signalen hadden opgevangen. De broeder met de rode neus van de drank. Net hij kwam tussenbeide. Net hij zorgde ervoor dat alvast de fysieke kwelling ophield. De psychologische nasleep duurde jammer genoeg nog jaren.

 

En werd ik hier sterker door? Neen. Jarenlang vond ik mezelf minderwaardig. Jarenlang dacht ik dat ik niet voldeed aan de eisen die de omgeving stelde. Jarenlang had ik moeite om vertrouwen te geven aan anderen. Ik kon niets, ik was een wereld op mezelf. Ik deed alles voor mezelf, niet voor anderen. Ik deed alles uit zelfbescherming. Mijn met inkt besmeurde boekentas heb ik nog jaren gedragen, als een stempel, een herinnering.

Ik had weinig vrienden en ik had het moeilijk om me open te stellen. Ik kan dat nog steeds niet. Ik uit mijn gevoelens amper, ik duw dat weg.

Mijn zelfbeeld is intussen verbeterd al is elke vorm van commentaar, hoe petieterig ook, een zware aanslag op dat beeld dat ik heb over mezelf, een hap in mijn zelfbeeld, een serieuze klap om te verwerken. Mijn zelfvertrouwen is intussen ook al verbeterd, dat mag wel meer dan 20 jaar na de feiten. Maar nog stroom ik er niet van over.

Ik heb nog steeds moeite met positieve feedback. Ik kan dat niet aanvaarden, ik geloof het niet. Het is onmogelijk dat ik iets goed doe. Ik heb het nog steeds moeilijk om mensen 100% te vertrouwen, steeds blijft die waas van negativiteit rond mij hangen. Niet dat ik negatief ben, verre van. Ik zie alles positief in. Ik heb mijn positiviteit niet verloren.

Ben ik sterk geworden door dat gepest? Neen. Heb ik leren omgaan met tegenslagen? Neen. Elke conclusie die ik hoor over pesten heeft in mijn geval geen enkele waarheid. En ook al zeggen velen me dat ik een enorm sterk persoon ben, steeds positief… ik kan zeggen dat het niet altijd zo is. Diep vanbinnen breek ik elke dag een beetje, gelukkig lijm ik heel snel.

Pesten is een vuil beest. Het maakt veel kapot. Ik ben er gelukkig doorgekomen, weliswaar niet zonder kleerscheuren (letterlijk en figuurlijk), maar ik ben er door geraakt, zonder toevlucht te zoeken in hulpmiddelen. Anderen zien jammer genoeg geen uitweg meer buiten de meest drastische uitweg.

 

Een week tegen pesten. Ik juich het toe. Haal dat vuile beest weg uit deze maatschappij. En als je geen pester bent, doe dan ook actief iets tegen het pesten. Kijk niet toe, sluit je ogen niet om het probleem te ontwijken, durf te zeggen dat het niet ok is, durf je mening te geven, durf de gepeste te steunen en te helpen,… . Hadden de lesgevers opgetreden tijdens de speeltijden dan had ik sneller verlost geweest van dat gedoe, dan had ik zoveel pijn niet gehad en dan had ik mijn vertrouwen niet zo zwaar verloren.

Denk, durf, doe. Pesten is er en zal er waarschijnlijk altijd zijn. We kunnen alleen maar proberen om het zoveel mogelijk op te vangen en te verhinderen. Het is aan ons, volwassenen om een voorbeeld te stellen naar de kinderen, het is aan ons volwassenen om te tonen hoe het moet.

Ook al zie je het misschien niet, ik draag het nog elke dag met me mee.

Tot slot: ik weet dat velen gaan zeggen: ‘hij stelt het erger voor dan het is, hij is een slappeling die veel te veel nadenkt, hij moet niet te lang stil staan bij het verleden,…’. Wel, juist dat wil ik aanvechten. Niets is overdreven, het is alleen zwaar onderschat.

©️ Ketnet.be